Belasting: 

Ook wel heffing of tax

Belastingen zijn verplichte heffingen van de overheid aan inwoners en instellingen. Belastingen worden door een regering geheven over inkomsten, uitgaven en bezit.

Het primaire doel van belasting is het generen van inkomsten voor de overheid, waarmee openbare voorzieningen in stand gehouden kunnen worden. Belasting kan ook worden geheven als instrument, bijvoorbeeld accijns op tabak om roken te ontmoedigen.

Verschillende vormen van belasting

Enkele voorbeelden van belastingen:

Inkomstenbelasting: Belasting op het inkomen van inwoners

Loonbelasting: Voorheffing voor de inkomstenbelasting aan werkgevers

Vennootschapsbelasting: Belasting op de winst van ondernemingen

Omzetbelasting of BTW: Belasting op consumptie en toegevoegde waarde

Accijns: Belasting geheven bij de verkoop van specifieke goederen, zoals tabak en brandstof

Vermogensbelasting: Belasting over het kapitaal dat men bezit

Divendbelasting: Belasting op de winst uit aandelen en effecten

Onroerendzaakbelasting (OZB): Gemeentelijke heffing op het bezit van onroerend goed

Wegenbelasting: Belasting over het bezit van voertuigen

Rioolheffing: Belasting van waterschappen voor het gebruik van het riool

Kansspelenbelasting: Belasting op uitkeringen van loterijen en andere kansspelen

Hondenbelasting: Gemeentelijke heffing aan hondenbezitters

Leges: Directe betaling voor diensten van de overheid, zoals afgifte van een paspoort

Milieubelasting: Diverse heffingen voor belasting van het milieu

Bankenbelasting: Heffing over de ongedekte schulden van banken

Assurantiebelasting: Heffing van overheidswege over de premie van verzekeringen

Griffierechten: Kosten voor gebruik van de rechtsspraak

Successierechten: Belasting die wordt geheven op erfenissen

Invoerbelasting: Belasting geheven over de import van goederen uit het buitenland

Directe en indirecte afdracht van belasting De Belastingdienst, onderdeel van het Ministerie van Financiën, is verantwoordelijk voor het innen van belastingen. Sommige belastingen worden direct geheven bij de belastingplichtige, zoals inkomstenbelasting en OZB. Andere belastingen worden indirect geheven. Een voorbeeld hiervan is omzetbelasting, die betaald wordt door consumenten, maar is verwerkt in de verkoopprijs van producten en diensten.

Belastingfraude en belastingschuld

Directe belastingen worden doorgaans gebaseerd op een aangifte, waarna een belastingaanslag volgt. Als wordt verzuimd belasting op te geven of bij de aangifte onjuiste gegevens worden aangeleverd is sprake van belastingontduiking of belastingfraude. Wanneer belasting niet tijdig wordt betaald, wordt een belastingschuld opgebouwd. Hierdoor kan de belastingplichte worden verplicht om naast de belasting ook een rente en/of boete te betalen, die afhankelijk kan zijn van de hoogte van de schuld danwel de duur van het betalingsverzuim.

Vaststellen van de belastingsom Er zijn verschillende principes om de hoogte van een belasting vast te stellen: Constant: Er geldt een vast belastingstarief.

Voorbeeld: leges voor gemeentelijke diensten zoals een paspoort of een huwelijk.

Proportioneel: Er is sprake van een vast percentage over de grondslag van de belasting. Dit is bijvoorbeeld het geval bij kansspelenbelasting.

Progressief: Er wordt gewerkt met een stijgend percentage naar mate de grondslag hoger is. Zoals de diverse belastingschijven voor de inkomstenbelasting in box 1. Degressief: Er wordt een een dalend percentage gehanteerd naar mate de grondslag hoger is.

Zoek de betekenis van een andere marketingterm